•
Mijn moeder, ik stond ze bij.
Hoe werd mijn naam geschreven toen,
toen, waar ik niet bij was, op dat van vreugde zwanger moment,
in die aangehouden schreeuw van angst en pijn?
Die aanhield en verstomde.
Verkracht in mijn eerste beweging.
Gestold in mijn bitterste bloed.
Wat is er gebeurd dan, op dat moment,
dat moment waarop alles verliep ‘naar wens’?
Het was een vreemde buiteling.
Het was tastbare duisternis.
Wij waren - mijn moeder en ik -
wij waren vuurrode angst.
Wij waren - mijn moeder en ik -
wij waren buiten onszelf, in de baring.
Opgestuwd, opgezweept,
in die vervloekte, hijgende beweging.
Ik bestond slechts in het zweet van haar aanschijn, zwevend in bewusteloze vlakten.
