•
Hier valt de breuk.
Hier valt de scheiding.
Tussen water en lucht.
Tussen zwevende hemel en dampende aarde.
Hier valt de schreeuw.
De galm van al mijn longen.
De kreet die mijn ademnood instelt.
De kreet die mij het leven inprent.
Ik ben geboren.
Ik besta.
En de liefde is volkomen.
En al de rest is bijzaak.
Zoals daar is:
gewassen worden.
Gewogen worden.
Gemeten worden.
De achteloze greep rond mijn enkels;
het overweldigende, daverende licht;
griezelig, schurend doek.
H
et is een foltering. Maar de foltering is bijzaak.
Ik besta.
Ik besta in de gloed van haar ogen.
Ik besta in het zout van haar tranen.
Ik besta in de golven van geluk en trots.
