Abonneren, delen, bewaren

Ik ben bemind in haar liefde voor hem.
En hij, mijn vader, is de onschuldige wees.
Die verlegen staat te talmen, in de nok van haar pijn.

Die flauwvalt, waar zij niet bezwijkt.
Die onrustig op- en neerkijkt, als spraakmaker.
Hij is mijn moeders steun.  Die haar verlaat.

Ik ben de rilling van zijn onbestemde wanhoop.
Ik ben het vuur van zijn machteloze dromen.
Ik besta, maar als onzekerheid, in zijn dreiging, in zijn onmacht.