Melkmuil
Mijn moeder hield mijn tanden bij,- ze stak ze in een doosje.
Mijn melktandjes, ik heb ze nog,- ze vielen heel traag uit.
Het kon pijn doen, heel veel pijn, en urenlang kon ik duwen,
duwde ik op een losse tand. Urenlang kon ik zuigen, zoog ik op die vreemde wonde.
Mijn tandjes, ik heb ze nog, ze werden heel intens gekoesterd.
En nu - opnieuw - vraag ik mij af: die laatste tand, waarom viel hij zo laat?
Zestien was ik, of vijftien, in volle puberteit. En ook zij - dat denk ik nu -
heeft niet plaatsgevonden. Zij groeide heel zacht aan, zoals toen, mijn tanden, heel zacht bij.
(22.02.97)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

