Bookmark and Share

Verdringing

Schrikken, rillen, beven.
Stikken, likken, leven.

Oponthoud en doodsgevaar:
handen vrij, geheugen klaar.

De dagen waken, de nacht kleurt rood.
Elke dag, verschenen tot lood.

Handen vrij, geheugen klaar:
niemand wordt mijn pijn gewaar.

Verhalen, vergeten, vergeven.
Verlaten, verwaten, verheven.

(15.02.97)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan