Abonneren, delen, bewaren

Dure lenzen

We waren een ruïne,
of bij voorbaat al een postkaart.

“Heb ik iets verbrot?”, vraagt hij,
maar hij zal het wel weten, achteraf.

Hoe zijn eigen botten kraken, in de leegte,
die ze des te harder aanhaalt; in de stilte,
die des te harder klappert, in haar nok.

Ze heeft geen besef van gevaren.
En ik, ontvlucht ze.
(Ze heeft alle gevaren al gekend.)

Want een aanraking moet veilig zijn, dacht ik.
“Als het scheuren van de zee, met een staf tussen de benen”.

Maar waar zij aankomt, spoel ik weg.
Waar ik galoppeer, staat zij te verdrinken.

“Ik begeer om te verdringen”.

(28.04.97)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan