Dwaalspoor
In de voetsporen van mijn vader schuif ik uit.
Ik was zijn houvast. Ik was zijn enige en liefste kind.
Eerst was er de dril, daarna de vrije teugel.
Hij liet mij los als ik te vast zat.
En groter werd ik niet, noch sterker: ik keerde terug,
naar het schrale begin. Ik vermagerde, en stierf heel geleidelijk.
Waarom ik nog leef, het is mij een raadsel.
Ik dacht dat ik dood was, haalde de dood mij in?
Hij sloeg mij, harder dan mijn vader,
waar de pijn niet meer wou wijken.
En ach, mijn vader, wie was hij, wie was hij dan?
Mij, heeft hij gebroken, en mijn vaderschap erbij.
(09.11.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

