Ieder zijn gang
Je was eenzaam,
en kraste gedichten in mijn maag.
Ik had honger,
en jij stal mijn buik met je ogen.
Maar ergens liep het fout.
En praten is zo stom.
Je hebt mij lang en diep verwacht.
En nu bots je op tranen.
En mijn onvervuld geluk.
En stilte. (Die je, naar je zegt, gewoon bent.)
En je gaat weg, en ik huil.
Ik ben eenzaam. Ik heb op jou gewacht.
(31.07.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

