Lichtjes opgewonden
De nacht bezweert de geest.
En mijn handen jeuken.
Met gevleugelde poten, met gnuivende oren:
paarden zijn wolken zijn hemels.
Aarde die scheurt, aarde die beeft:
ik zink in struinende vlakte, schuimend moeras, stuifzand dat gelijmd is.
Breek mijn tanden, scheur mijn adem.
Mijn bruidssluier, mijn zondagsjurk.
Hang mij met geweren op.
En als je schiet, schiet dan met gebroken voren.
(11.03.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

