Abonneren, delen, bewaren

Slotakkoord

En toch was je een mooie liefde.
Ik weet nog hoe het begon, toen.
En hoe het eindigde, nu.  Of langer geleden.

Hoe je naar mij luisterde,
jij mijn stem vond, ik je lichaam.
Hoe braaf ik was, en jij mijn oogopslag.

Ik was ontroerd, ik, toen je zei:
jij bent mijn maan, ik jouw zon.
Ik was ontroerd, nu nog, het was te mooi.

Hoe ik jou ontweek, en keer op keer benaderde.
Ik viel jou aan, niet wraakbelust, maar uit op je verlangen -
weten dat je bestaat, jij in mij, ik in jou.

En je ogen, ja, die vertelden de waarheid.
Zoals de stilte, die ik haatte, later, nu -
ik die ze belichaam, zoals jij, te veel.

Ik wist het niet, dat ik jou bezat.
Ik wist het niet, dat ik veroverd was,
de uren die mij wachtten, de dagen die mij verrukten.

Ik weet het nog, toen, die eerste keer dat ik jou voelde,
hoe ik voor jou terugschrok - braakliggend terrein, dacht ik.
Waar je zachter was, en warmer, graaide ik door scherven.

Kwaad, was ik, kwaad, en niet ontgoocheld.
Gevloekt heb ik, gevloekt - ik betrad jouw hel.
Ik ontdekte mezelf waar ik dieper groef.

Hoe we vreeën, toen, en ik huiver.
Waar mijn taal mij verliet, en mij nooit zal betreden.
Hoe ik buitelde, en woordloos mezelf te buiten ging.

De eeuw waarin we ons verscholen, de tijd
die ons inkapselde en buitensloot.  Hoe ik en jou daar lagen,
uitgeblust en opgetogen, zielsgelukkig en verlamd.

Hoe mijn droom de werkelijkheid raakte.
Om eigenzinnig te verrijzen, met doornen in mijn hart -
dit korzelig gedrocht dat mijn zinnen verlamt.

Hoe ik jou buitensluit, en veracht.  En bewonder.
Maar niet herover.  Want je komt niet meer terug.
Ik laat jou niet meer binnen.

(22.10.96)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan