Weerzien
Ik stuntel in de stilte rond jou.
Nog niet verlaat je mijn hart.
En ook al zet je schoonheid uit,
in windstille verdwazing, en tandeloze pudding.
Ook al drijft je geur op zeven maal verdunde thee.
Ook al straal je bloemen uit, verwelkt in zeven zomers.
Nog niet slaan mijn ogen de ruimte van mijn hart op.
Nog niet heeft mijn liefde jouw haat genoeg gewroken.
Eenzaam en verkrampt, leef ik met de armen die jij blind en mager wegwerpt.
Hoelang nog breekt jouw tijd mij op?
(18.03.96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

