Jungle
Een groene zee van lover verslindt de zang van de regen.
De laatste noot verdwijnt in de mond van de aarde.
Een zilveren traan overmeestert haar lippen.
Ik verdrink in de kus van dit hemels duister.
Een kroon van dronken bladeren fluistert mij verlegen toe:
ik draag een bed van marmersteen waarop ik eeuwig slapen mag.
('93)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

