Vadermoord
Een goddeloze dondergesel, een vloek, maar als geluk verborgen.
Een uitgesproken marteling, een kinderdroom, opnieuw gedwarsboomd.
Eerst heb ik mezelf gesmoord in zeeën van 'ware wijsheid',
mezelf voor goed verborgen onder…- nee, ik heb het niet geloofd!
Dan heb ik mezelf gestoot aan alle vroegere wonden,
het kind in mij heb ik verlamd en voor het eerst bevrijd.
In een taal die mij miskende heb ik mezelf met pijn ontdekt:
om mijn vader te ontzien, heb ik mezelf verborgen.
En nu - zoals hij, toen ik werd geboren, flauw viel en verbleekte -
bedankt hij voor het helder licht waarin ik, zijn zoon, herboren wordt.
Ik leef nu in een licht dat ik nooit gekend heb.
Ik leef nu in het licht van een nooit gewezen vader.
Alleen met verleden kan ik verderleven,
als in een zweer die openbarst, en dan geleidelijk verdwijnt.
En mijn vader, hij leeft voort, in de schaduw van zichzelf, een vreemde voor zichzelf en mij.
Alleen in de dood - een volgend leven, volgens hem - zal ik met hem verenigd zijn.
En dat is mijn verdriet, mijn grenzeloos verdriet.
Alleen als van mezelf vervreemd heb ik mij in hem herkend.
('94)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

