Veermacht
Mijn lichaam leeft in eeuwen die voorbij zijn.
Mijn geest in eeuwen die nog komen.
Zo leef ik, zo zit ik in elkaar.
Als ondraaglijke spanning tussen eeuwen die mij vreemd zijn.
Zo zal ik sterven. Als nutteloos moment.
Als opgewonden veer die altijd al, gesprongen is.
Als gril van angst en pijn op de barbecue van morgen.
Als stoppel op de baard die mijn vader nooit gezaaid heeft.
Als veld van brood en honing dat mijn moeder nooit gebaard heeft.
Wacht maar tot ik dichter ben.
Dan zal ik uit mijn darmen de tijd als taal herscheppen,
met de ogen van een kind, met de ogen van een vrouw.
Wacht maar tot ik dichter ben -
eindelijk en nutteloos,
maar monument van eeuwen.
(15.12.94)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2010)

