Angst
Angst.
Niet leven.
Angst.
Helemaal dichtslaan.
Woorden, elk spreken verliezen.
Angst.
Denken, alles door elkaar slaan.
Alles, iedereen, ontzien. Behalve mezelf.
In de nuchtere poging - mezelf zien verdwijnen.
Angst.
Gewurgd worden, in de handen haat.
Angst.
Nooit meer zonder.
(24.03.01)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

