Onderbouw (6)
De vlakte is wit, en dampt.
De vlakte is heet, en snijdt.
De lucht is onbereikbaar.
De grond is onaantastbaar.
Ik ben afwezig.
Ik zweef.
Op handen en voeten tegelijk.
Ik bepampel de schors van mijn hersens.
Op zoek naar de juiste verbanden.
Op zoek naar een teken van leven.
Ik leef de minst dankbare dood:
die van het volle bewustzijn.
En slapen of drinken is zinloos.
Ik geloof in het leven. In god. In revolutie.
(In alles wat bestond bij de gratie van bloed.
Dat werd vergoten, zinloos.)
Ik beleef de dood, maar belijdt het leven.
Omdat het leven is aangetast.
Door de macht van de dood.
Wie heeft mij zo jong aangetast?
(17.04.01)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

