Oogverblijvend
Jouw ogen, geef mij jouw ogen,
ik verlang naar je ogen. Ik wil naar jou kijken,
ik wil in jouw ogen verdwalen. Jouw grote ogen,
die blinken en stralen, ik wil mij in je ogen begraven.
Ik voel mij verdwijnen, achter je ogen, hun blik, zink ik weg.
En ik dein na, in de opslag van je lach, in de golfslag van jouw wimpers.
Als je praat, als jouw lach het gepraat onderbreekt,
dan verblijf ik, van geluk, in een tijdeloos heden,
dat bestaat
uit jouw lach en jouw blik. Jouw lach en jouw blik zijn voldoende,
ruimteloos voldoende, om naar jou te verlangen,
om naar jou alleen te verlangen. Om jou te kussen,
op elke mogelijke afstand, om voor jou te bestaan.
(18.04.01)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2010)

