Opgeblazen
In het oog van de storm werd mijn oog geslepen.
Alles ruikt naar verplettering.
Niemand zal mij toespreken.
Niemand zal mij beluisteren.
Maar het uitzicht is prachtig.
Het uitzicht verschilt van land tot land.
En ik, ik vloeide als goud door haar handen.
Ze liet mij ontsnappen, uit de stralende nacht van haar dagen.
Ze liet mij achteloos begaan, als ik, in alle zwarte gaten,
staarten opzette, van vallende sterren.
En voorzover wij elkaar getekend hebben,
zo verschijnen wij weer, met hetzelfde licht,
maar anders,
veranderd.
(21.02.01)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

