Tranen
Ze zijn altijd aanwezig.
Ze zijn versmolten met mijn vermoeide blik.
Weggedrukt, verstoten,
niet zonder pijn gesmoord.
Druk van afkeurende blikken,
van vurig-boze blikken,
van spottende, smalende blikken.
De druk werd mij te veel.
Nu is de pijn nog groter.
Ik zie niet half zo scherp.
Ik voel hun boeien branden.
Ik zoek vergeefs hen los te maken.
('89)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

