Onteigening
Moeder, jouw zoon is jou ontstolen.
Waar hij klein was, en gelukkig,
daar lachte hij, daar weende hij,
en jij was zijn geluk.
Waar jij weende, daar lachte hij.
En jij lachte als ik weende,
want je borsten waren klein
en je armen zonder kracht.
En je glimlach was gebroken.
En je haren stonden heel hard schuin.
Ik heb mij heel hard opgewerkt -
ik ben jou helemaal ontgroeid.
En ik mis je tranen, en je borsten,
en je glimlach, die gebroken was,
die mij brak. Maar in die gebroken stilte,
met veel gebroken tranen,
heb ik jou gebroken,
tref ik jou genadeloos -
ik weet niet waarom -
wie jou heeft gebroken?
Je kende geen genade,
en je kende geen geluk.
En ik ween, en ik breek,
ik braak jou uit zoals ik was toen ik kotste.
('96)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

