Bookmark and Share

Territorium

De lucht deint uit en verdwaalt.
De dag kantelt waar hij nacht wordt:
de nacht is nog niet begonnen,
hij valt, zoals de zon, die gaat slapen, die opstaat.
Aan beide kanten van de horizon:  de schemering.
Het is warm, en de lucht waait aan.
Ik lig in mijn bed, de gordijnen bewegen.
Ik barst van energie.
De bomen ruisen niet, maar sluipen.
De takken kraken niet, maar wuiven.
Hun schaduw vormt de kleur van de nacht.
Ik zie een berkenboom die dichter komt -
zijn kruin een muiszacht net:  gebroken, trillende, vlinders.
En in de kruin, een lijster.
Zijn lied, zijn bewegen.
Ik hoor wat niemand beweegt.
Ik hoor wat de stilte herhaalt.
En ik word wat de stem van een avond vermoedt.

(27.04.97)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan