Vooruitblik
Ik verlang,
naar mijn rijpere gezicht,
de kleur van de aarde in mijn stem.
Ik verlang ernaar om oud te worden:
om de aarde en de zeeën te omvatten.
Getekend te zijn,
van kop tot teen herschapen te zijn:
in de knoestige botheid uit ervaring,
in de rauwe verfijning van het overzicht.
In de eeuwige vreugde van een jong en zich herscheppend lichaam,
zijn vorm gewenteld in een diepere plooi,
zijn pijn gekarteld in een verdere uithoek:
de plooien mens, de tastbaarheid uitheems
van wat werd, wat veroverd werd, verlaten werd -
zijn groet, oplichtend in een dartele grijns:
afscheid dat verpinkt en opkijkt, alweer,
naar wat komen gaat,
mijn vel dat zich ontplooide, nieuw vel,
en geboren in de nuchterheid
van blinde liefdes, overvloed en schertsende ontroering.
Klankkast van dit eeuwig beven,
bulderend en glimlachend,
in de horzel van een dreigend verleden,
de grootmachten der aarde
en met in het verschiet, steeds de gruwel van een nieuwe oorlog:
ja, ik verlang zo naar die ouderdom,
als ik, telkens weer deze aarde ontgroeid,
telkens weer deze dreiging ontvlucht,
telkens weer verwarmd,
in de schoot van bekende vrouwen,
in de lucht van bekende verblijven,
in het uitzicht op bekende gezichten,
telkens weer vertroost en herademend,
als ik dan schamper zuchtend blijk geef
van de toon die ik nu aansla:
de zotheid van wat ouderdom,
de rimpels van een nieuw gelaat, het verlangen in een rijpere vorm.
Want alles zal ik bezeten hebben.
En mijn bezit zal niet meer zijn dan mijn bloed,
de stuwing, de herinnering en het langzame verteren:
van alles waar jonge ogen enkel van dromen,
van alles wat jonge ogen met afgunst verachten.
Ik zal niets zijn, minder en meer van de aarde,
elke dag zal ik minder zijn, minder worden, en niets zijn,
van geen toekomst en zelfs van geen verleden,
zelfs niet herinnerd, zal ik dankbaar zijn,
voor elke dag die mij niet heeft ontbroken.
(16.11.97, ca. 8.15u.)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2010)

