Bookmark and Share

Ieder zijn beul

De dood wordt niet meer verdragen.
Hij blijft hangen in het nulpunt nu.
De dode rand die de vloedlijn afzet.
De loze kust die de eblijn nalaat.

Hij is het strand waarop wij wandelen.
Strompelen, struikelen, dansen.  Met lege blikken,
met holle gebaren. Alles heeft de schijn van leven,
dat geen schijn van kans maakt - nergens, schijnbaar.

Wij worden niet meer rijper door ervaring,
maar de dood deint in ons uit. Hij overviel ons
toen we weerloos waren, wenend van woede,
uitermate schreeuwend. Nu is het te laat.

We zijn niet vergeefs geboren, wel smadelijk onthaald,
te vondeling gelegd, bereden. We mogen
enkel bestaan op bevelschrift van de dood.
Leven mag, maar behuisd als een lijk.

We mogen toch niet klagen, zegt de volksmond.
Terwijl in elke bloedcel plaatsvindt,
wat vroeger of nu nog, heilloos werd voltrokken,
in duistere, overbelichte kamers.

(16.06.01)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan