Bookmark and Share

Donkere kamer

Haar benen krullen rond mij,
jagen mij met sporen op.

Haar aars verkleurt mijn piemel.
En haar huig schreeuwt om genade, gorgelend,

gesmoord in de aanslag van mijn handen.
Ze verruilt haar beulskap voor maskers van verlossing.

Ik, aambeeld van haar driltang,
troon van haar verheven afstand.

(2002)(?)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan