Bookmark and Share

Een gedichtje over niets

De leegte heb ik nooit gekend:  alles is vol.
Dat er zoiets zou bestaan als lege ruimte,
met botsende deeltjes of staartjes:  ik heb dat nooit begrepen.

Dat er plaats zou zijn voor mij, op deze wereld:
het stelt de geest in staat van paraatheid,
maar niemand verwacht een aanval.

De bomen niet, de sterren niet, zelfs de dieren niet,
want die zijn bang geworden, of getemd.
Zelfs de mensen willen niets van mij verwachten.

De wereld draait, op zichzelf, in vanzelfsprekende staten van oorlog.
Als er al niets is, in de wereld, daarbuiten,
in of buiten onszelf, dan niet omdat er dood is;

dan niet omdat er deeltjes zijn, of staartjes,
of botsende lichamen zonder voorbedachten rade;
omdat binnen en buiten de stempel zijn, van een munt die duur betaald wordt.

(04.08.02)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan