Grenzeloze liefde (12.08.02)
“Godverdomme, ik ben getrouwd,
ik heb drie prachtige kinderen,
ik zie mijn vrouw graag,
ik bedrieg haar niet,
en ik ben gelukkig.”
“En dan?”
“Mis ik iets?”
“Missen mijn kinderen iets?”
“Een gebrek aan geluk, dat hen invoegt in de wereld?”
“Zullen ze verkommeren? Omdat ze niets begrijpen,
van die vreemde, hen omringende oorlog?”
“En mijn vrouw, doet ze dan alsof,
als ze klaarkomt,
als ze mijn bloedjes knuffelt,
als ze gebaart van deze wereld geen partij te zijn,
zelf een afdronk van de aarde,
luster, van het gemenebest,
norm in de kering, geen breuk of oordeel,
maar een ode, een verlangen,
een gevederde troon
die zelfs comfortabel brandend overeind blijft.”
(12.08.02)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

