Bookmark and Share

Nachtasiel

In de afbraak, op het slagveld, tussen het neuriën van lelies en bespikkelde vlinders -
golfslag van je adem, ver en aangevoerd eiderdons, kweeperen en gekke koeienmeel.
Wie heeft de bloemkool op tafel gezet?
Wie verruilde zijn zweet voor zout?
Op de gietijzeren stoel, op de eikenhouten tafel, in het landerig klimaat van door de wol geverfde landlopers,
torenhoog verzeild op zilte, doorregende planken en engelachtige uitkijkposten,
temidden van parelgroene weilanden, en schichtige kantelen, overwoekerd met mos en negatieve chemie -
hoort, een dubbeldekker, kijk, een kar, met wielen en een aandrijfmotor -
fietsend langs de naad van de huizen (waarin huilende vrouwen en mokkende kinderen, krampachtige mannen en slecht gezoogde baby’s, die hooguit de nacht geweld aandoen).
’s Nachts, als niemand slaapt, en de wegen overbelicht zijn, met het lawaai van de dreunende dansdozen, en de gesel van loeiende beroepsverkrachters:
in dat licht moeten wij rechtop lopen, en de maan beklagen, en onze gordels aandoen, of uittrekken, als we niet willen dat vrouwen ons vergeefs bekruipen…
O - windsel van wieg en waaier, dadel van vuur en vaandel, weegschaal van vlot en bier:  hier schuil ik, hier waak ik, in de torenloze tijd, op de maat van draakwerkelijk hijgen.

(13.10.02)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan