Bookmark and Share

Tuin voorbij Eden

Ze zei dat ik dacht dat ik God was.
Maar ik zei dat ik altijd gelijk had.
Dus daar stond ze, gelijk of geen gelijk, naakt en blozend,

amper alleen, in een zee van slagvaardige, dreigende engelen.
Die haar teder en tactvol beschermden,
tegen mijn en Zijn terreur.

Ik loop nu terug verloren.  Zij zoekt,
nog steeds.  Ik niet.  Ik heb gelijk.  Of ook niet.
Ik probeer te ontbloten.

(16.07.04)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan