Het voorouderlijke huis
Het was alsof de muren zwegen.
Heel het huis was gehuld in luiken.
En de buren hadden oren.
Achter elke hoek lag stof, dat keer op keer gekeerd werd.
Zitten was schadelijk voor het fauteuil.
Het enige gezelschap bestond uit televisie. Maar ook dat was slecht.
Na het journaal begon de nacht.
Krakende trappen, en de geur van geboende bedden.
De slaapkamers, de badkamer: daar heerste de stilte van een slagveld.
Als ik in slaap viel, zag ik alle kleuren van de schaal van Richter.
''Slaap je al?'', vroeg ze dan, terwijl haar schaduw de duisternis opslorpte.
Voetbal op Radio 1, en de grote oren van mijn opa: dat was toen de wereld van verschil.
(18.07.05)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

