Bookmark and Share

Oefenpartner

Ze zit ver weg, in Amsterdam, bij een andere man.
Wat moet ik, met dat verlangen, om naast haar op te staan?
Met de kolf van haar hand op mijn dij?

Ze promoot het wezen van de naaktheid, op nationaal terrein.
En verkent de gronddruk van de menselijke natuur.
Ook de patronen die haar liefde bevangen, ook de ogen die ik op haar afvuur.

En ik beticht haar van afstand, van onbereikbaarheid, van louter vriendschap.
En zij verlangt, en leeft verder, met het oude, met het nieuwe,
maar zonder te wachten:  op mijn dromen, op mijn naaktheid, op wat zelfs geen liefde is.

(06.08.06)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan