De vervoegingen van 'goed'
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Hoe is't?"
"Goed."
"Slecht, maar meer wil ik niet vertellen."
"Slecht, ik weet niet wat eerst vertellen..."
"Slecht, en ik hoop dat het ook slecht gaat met jou..."
"Goed, en ik hoop van jou hetzelfde..."
"Goed, maar ik heb nu geen tijd om er meer over te vertellen..."
"Goed, echt, zo goed, ik zou willen dat iedereen zich goed voelde..."
"Niet goed, niet slecht - gewoon, gewoon..."
"Niet goed, niet slecht, maar het kan mij eigenlijk niet schelen, ik heb er de pest in..."
"Loop toch door, ik heb geen zin om met jou te praten nu..."
"Zin om even iets te gaan drinken?"
Ook het Nederlands heeft zijn Chinees.
(08.10.07)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

