Bookmark and Share

Koffiedik

Het is met walging dat ze wegkijkt.
Afkeurend ook, omdat ik zo lui ben.

Zo toegeeflijk ook, voor vreemdsoortige culturen,
op verre bestemmingen, in diepe tassen.

Zachte sculpturen, van glinsterend garen,
breekbaar uitgewaaierd, als verpulverd kristal.

En toch met de kracht van een vorm:
fier rechtop, bucolisch gekleurd, ritmisch gerangschikt.

"Want alles is een bron van poëzie."
"En alles openbaart de schoonheid van alles."

Dan moet ze lachen.  
Met de schimmel op mijn koffie.

Als onontdekte eilanden,
op nooit belichte zeeën.

Dan verschiet ze.
Want twee reusachtige spinnen belegeren haar slaap.

(10.01.07)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan