Weerzien
Dat ze mij niet wil kennen.
Dat ze glundert als een strand met warme plassen - als ik haar aanspreek, dan toch.
Dat ze moeilijk kan ontstaan in haar geamputeerde leven.
Dat het jeukt, achter haar oren, in de kiel van haar buik.
Want dat belichaam ik: vrijheid - winnen,
noch verliezen. En de schering van een danspas.
Dus wil ze mij niet kennen.
Dat is een stap voorbij de palissade. Dus kijkt ze weg.
En glundert ze, als een zee met kokhalzende inktvissen.
Als een warmegolfstroom, die heel lief smelt, bijna smekend.
(En dat, terwijl we kijken naar een foto op de kunstbeurs.)
(Ze neemt een foto van de foto.)
| (22.04.08) |
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

