Bookmark and Share

Ontmoeting

Het zou nu toch al moeten dagen.
Dat ik onaanraakbaar ben.
Dat ik mezelf één keer heb blootgegeven.
Dat ik mezelf één keer heb laten gaan.
En dan nog, zonder mezelf te geven.
Of alles wat ik geef, is wat ik ken,
en daarin ben ik afwezig.
En nu bekijken we elkaar als vreemden,
op zoek naar de pool die de negatieve lading dekt.
Alsnog bestand tegen ontstekingen,
tegen finale salvo's die de innerlijke vijand in ons opjagen.
Het heeft mij verbaasd.
Dat je mij platliep als deur.
Dat je geraakt bent, en geniet van mijn vermeend geluk.
Dat je geniet van wie ik ben, van wat ik ook zeg.
Ook al blijf ik onaanraakbaar.
Ook al blijf ik ongenietbaar.
Ook al weiger je die woorden te geloven.
Zo ken je mij al beter, dan ik mezelf,
en ga ik op zoek naar alle hiaten in je leven.
Zo betasten wij elkaar dan toch, op afstand,
op zoek naar wat ons drijft,
op zoek naar wat ons toekomt.
Zo zijn we afgesteld op elkaar, blijkbaar,
nog voor het tot ons doordrong.
Zo raken we elkaar weer kwijt,
nog voor we het zelf willen.
Zo ben ik alweer te laat, om gewoon te bestaan in het moment.
Maar ik aanvaard het.
Jij aanvaardt het.
Jij aanvaardt mij.
En dat verbaast mij.
Dat daagt mij uit.

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan