Versnelling
Ik dacht dat ik langzaam kon sterven.
Langzaam sterven, aan de tijd,
het verleden, alles wat ik niet wou zijn.
Dat heeft helaas mijn dood bemoeilijkt.
Reusachtige angst, voor die ene, langzame dood.
Dat heeft mij - langzaamaan - geleerd:
dat alles wat ik níet wil, ook tot mij behoort.
Dat ik alles ben - hoe gek dat ook mag klinken.
Dat ik dood en leven ben, bijna elke seconde,
dat ik voortdurend sterf en ontsta,
met zoveel meer keuzes
dan ik ooit kon dromen of vermoeden.
Zo komt de dood op mij af, steeds sneller,
steeds vlugger, steeds dichter bij elk moment opnieuw,
als de bron van elk moment, opnieuw.
Als advocaat van alles wat ik wil, als openvallende bundel licht.
De straal in mijn ogen, het kwik in mijn bloed.
Het zout in mijn zweet, het sap in mijn mond.
De dood is de toegang tot een ander leven.
Het zou zonde zijn die deur pas te passeren als het tijd is om te gaan.
En als ik ga dan, definitief, met ziel en lijf dit leven verlaat:
dat mijn dood een golf mag zijn,
een genadeloze terugslag van het leven.
Dankbaar als schuim, dankbaar als zand.
| (19.08.09) |
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

