Gitarist
Als hij speelt, dan staan zijn voeten in de grond gebeiteld,
er mee vergroeid of verstrengeld - opgetogen.
Als hij speelt, dan wordt zijn lijf een oor - dat voel ik.
Aan de tonen die hij rond en tussen de groep rijft.
Aan de stiltes die hij aanslaat of opwindt.
Ik voel dat hij luistert, en dat elke beweging -
ook die van zijn hand, ook elke aanslag -
ik voel dat elke beweging in zijn oor vertrekt.
En ik luister, naar zijn luisteren. Dat is mooi.
(Want niet iedereen luistert.) Maar het mooiste,
dat is de manier waarop hij kijkt. Ook als hij niet speelt.
Hij kijkt, maar overal tegelijk - zijn blik is niet gericht.
En over zijn oog valt een ooglid. Als een trage lork.
Als een vermoeide luifel. Als een glinsterende holster.
O, wat hou ik van zijn ooglid.
Hij is Japans, zoals een wandelende tuin.
(08.02.10)
Creative Commons :: Some rights reserved :: BY/NC/SA :: Biezon (1972-2011)

