Bookmark and Share

Van het strand, de zee en de duinen

Als het land mannelijk is.
En de zee is vrouwelijk. En vrouwen zijn golven.
Die op ons aanspoelen. Of van ons wegdrijven.

En soms gaan we varen. En soms niet.
En soms gaan we zwemmen. En soms niet.
En soms verdrinken we. En soms niet.

Is dat dan voldoende? Om te weten wat trouw is?
Om te weten wat genot is? Om te weten wat verlangen is?
Om te weten wat conflicten zijn? En om ze op te lossen?

Om niets te verloochenen van het hele, altijd
spelende spel van aantrekking en afstoting? En daarin
niet te berusten: dat één vrouw de hele oceaan moet zijn,

of die ene golf, die dan onwaarschijnlijk bevriest?
Is dat voldoende? Om mijn geweten te sussen? Een geweten
dat de echo is, van alles wat aanspoelt, dood, op de vloedlijn?

Wie surft nu op bevroren golven?
Wie wil de zee bezitten, door het schuim te kammen?
Of zijn man en vrouw versmolten in de branding?

Wie zit nu duin te worden, op het droge?
Landschappen zijn grote leraars.
Vooral waar elementen met elkaar in overleg zijn.

(22.03.10)

 

 

 

 

||||| Abonneren, delen, opslaan