SOME RIGHTS RESERVED Some Rights Reserved

 

Biografie in bundels

Integratie (2006-2010)

'Posturale integratie'. Dat ik dan eindelijk die opleiding volg - met achttien jaar 'vertraging'.
De ontmoeting met mijn wanhoop zet mij definitief op een ander spoor: meer verbondenheid, meer openheid, meer ontwikkeling.
Hoe meer ik terugkijk op hoe ik vroeger was, op wat ik vroeger schreef, hoe meer ik verschiet: van mijn isolement, van mijn hardheid tegenover mezelf, tegenover anderen. Maar tegelijk zie ik er de gebalde kern in, van alle latere ontwikkeling.

Lekkere liefde (2006-2008)

Een relatie die toevallig min of meer samenviel met mijn opleiding. Met grote ups, en grote downs.
Zo dicht bij (het voorstel tot) een huwelijk ben ik nooit eerder geraakt.

Alter ego (2004-2005)

Een woelige relatie, ontroerend en verscheurend.
Een eerste barst in mijn isolement: als ik ervaar hoe deze vrouw leeft, dan wil ik ook beginnen met 'samenwonen'.

La vie sexuelle des Belges (2003-2008))

De titel verwijst naar de gelijknamige film van Jan Bucquoy.
Een wat objectievere kijk op al die ontelbare vormen van liefde en relaties - gevoed door de eertijdse lokale bevolking van de Dolle Mol in Brussel.
Helaas, veel gedichten die toen in de lucht hingen, heb ik uiteindelijk niet geschreven (anders was de bundel wel iets lijviger uitgevallen - bon, uitstel is geen afstel).

Halloween (2003)

Of ik dan niet iets specifiek rond Halloween kon doen? In café Kafka (Brussel) kreeg ik vrij spel - merci Patrice! - om een eerste voordracht te doen - tot mijn verbazing met veel enthousiasme onthaald.
Onder tijdsdruk geschreven: een 'poëtisch-filosofische' bewerking van de geschiedenis van Halloween.
Ook gebracht in café Den Daringman - ongeprogrammeerd, en slechts de helft van het café was enthousiast - indertijd niet genoeg om er mee door te gaan.

Skeletteman (2003)

Een bewerking van het verhaal 'Skelettevrouw' (in 'De ontembare vrouw' van Clarissa Pinkola Estes - ik zie niet in waarom dit niet evengoed een boek voor mannen zou zijn).
Voor het eerst gebracht, onder begeleiding van elektrische bas (door Salami), op de eerste revue in Gemeenschapscentrum De Markten (Brussel).
Ook opgevoerd in de Muziekdoos (Antwerpen, verschillende keren uit de as herrezen maar nu helaas definitief verpulverd; indertijd organiseerde Stichting Pipelines vzw daar haar poëzie-avonden 'De Muzeval'), en in gemeenschapscentrum Ten Noey - zonder muzikale begeleiding - (ter gelegenheid van Halloween).

Badkamergesprekken (2003)

Toen de Dolle Mol (café in Brussel, 'zacht anarchistisch' en litterair dronkemanskind van H. J. Claeys - die dit jaar overleed) begon te zieltogen. (Maar wat had mij in de Dolle Mol gebracht? De maandagavonden die Jan Bucquoy daar organiseerde (enfin, hij gaf een korte inleiding, maar iemand anders (Mariska Clerebaut) deed al het werk).
Een laatste, korstondige relatie.
Zij, schilderde. Haar vader, was een meesterlijk verteller, een gevaarlijke klant, en een wereldberoemde galerijhouder.
De titel verwijst naar haar badkamer: met rauwe muren, en één enkel peertje - zoveel tijd die we daar toen doorbrachten.

Eindelijk (2002)

'Eindelijk'. Het verwijst naar: een nieuwe, aanhoudende golf van inspiratie. Gevoed door een (eerder platoonse, maar langdurige) liefde. Een stijl met iets meer ruimte, en bredere onderwerpen.

Zwarte aarde (2000-2001)

Zoveel liefdesverdriet. Na een (alweer) waanzinnige verliefdheid.
Als ik mezelf terug verplaats in die periode, dan kan ik alleen maar concluderen: hoeveel 'primaire pijn' (A. Janov) 'resoneert' in dat liefdesverdriet, hoe weinig die eigenlijk met de liefde te maken heeft (en hoe onvolwassen die is).
Eén van de weinige lichtpunten in die periode was het boek 'Vrij van schaamte' (van J. Bradshaw) - 'toxische' schaamte, die mijn werk/leven in een verstikkende greep hield/houdt.

Alle dagen vuurwerk (1998)

Mijn eerste periode in Brussel - een appartementje in Kuregem, en een schattige buurvrouw (met een schattige dochter met schattige vriendinnen, en een crèche).
Vlagen van religieuze inspiratie ook (gedissimuleerd in mijn poëzie), en veel geschilderd.

Bij de dood van Jeff Buckley (1996)

Jeff Buckley, dat was 'Hallelujah', midden in de nacht - engelenmuziek. Mijn vrienden noemden het 'jeanettenmuziek'.
Maar dat was ook de roadversie van 'Eternal life'. "Hé, is dát Jeff Buckley??? Djeezes..." (diezelfde vrienden). (En later, maar dat was na deze bundel, ook de Buckley van het waanzinnig meeslepende 'Yard Of Blonde Girls'.)
Bij nader toezien blijkt er zo goed als geen goed gedicht bij te zijn - misschien één of twee. So what?

Astronomisch (1996)

Een waanzinnige verliefdheid.
"Dat jij verliefd bent op haar, dat kan geen kwaad" - dat zei haar vriendje.
En inderdaad. Alle zelfdestructie viert hoogtij: schaamte, wanhoop, onmacht.
Zij heeft nooit geweten dat ik dit schreef (laat staan dat ik verliefd was), hij is met haar getrouwd.

Bittere nachten, zonnige uren (1996)

In plaats van mijn thesis ("Een verkenning van het concept 'geboortelijkheid' (Sloterdijk)") af te werken en in te dienen, schreef ik deze bundel.
Angst, eenzaamheid, wanhoop.
Mijn periode in Leuven - mijn studententijd - was niet bepaald mijn leukste periode.
Dit is ook de periode waarin ik - naar de 'buitenwereld' toe (mijn familie dus) - brak met het 'beeld' van de voorbeeldige student. Gelukkig maar - de ironie wil dat ik een voorbeeldige - 'eeuwige' - student gebleven ben.

Gloeiende kamer (1995)

Een korte periode in Antwerpen (rechtover de gevangenis in de Begijnenstraat).
Amper geld genoeg om eieren en rijst te eten.
Veel tekeningen.
Onfray ('Les contempteurs du nez'), Sloterdijk - een reden om toch nog met filosofie bezig te zijn - en Beaudrillard.
Ergens ook een specifieke stijl.

Stuk (1994-1995)

Het cultuurcentrum in Leuven (STUK, indertijd nog 't Stuc).
En een hemeltergende liefde (incest, narcisme, promiscuïteit - de 'andere kant' van een op het eerste gezicht vrolijk meisje).
Die stukloopt.
Ondanks trouw en wisselende partners.

Een aantal gedichten zijn geïnspireerd op de tentoonstelling 'Les fragments du désir' in Brussel (Old England, 1995).

Taalliantie (1993-1995)

De eerste 'geconsumeerde' liefde.
Maar toen lagen de sterren al op de grond: liefde 'uitvoeren', omdat ze eindelijk kon en mocht.
Zonder deze vrouw(-in-spe) was ik misschien niet door mijn studententijd geraakt.
Zonder deze liefde had ik Alice Miller ('Het drama van het begaafde kind', maar dan ook alle volgende boeken) niet ontdekt.
En zonder Alice Miller was ik misschien niet beginnen schrijven (omdat ik door haar te lezen overweldigd werd door herinneringen, verlangens, dromen...).

744 (1989-1992)

De eerste liefde.
Totale verblinding.
'Onmogelijke' liefde, die mij jarenlang achtervolgd heeft, als de enige, de ware, de echte.
In die tijd was schrijven 'werken', soms weken/maanden aan één gedicht(je).

 

 

Terug naar 'Wie ben ik?'
Naar de 'Invloeden' op mijn werk